Inleiding
Nieuwe zelfstandigenaftrek beloont winstmakende ondernemers
U moet bijna altijd BTW-forfait toepassen
Nieuwe regeling laat rente fiscus naar 4% stijgen
Overdrachtsbelasting is tijdelijk 2%
Kamer van Koophandel
Hogere zorgpremie en eigen risico
Niet meer sparen in de levensloopregeling
Wijzigingen wet personenvennootschappen gaat niet door
Inleiding
De eerste stroom berichten in de media over de bijzonderheden en gevolgen van de aangekondigde maatregelen en wijzigingen in de miljoenennota is waarschijnlijk niet onopgemerkt aan u voorbij gegaan. Onderstaand hebben wij een aantal van de onderwerpen waarvan wij weten dat deze bij onze klanten “leven” weergegeven. Mocht u over een van de onderwerpen nadere informatie wensen, dan horen wij dit graag van u.
Nieuwe zelfstandigenaftrek beloont winstmakende ondernemers
De huidige zelfstandigenaftrek is nu heel hoog bij lage winsten en loopt stapsgewijs af als de winst toeneemt. Hier wil het kabinet van af. De zelfstandigenaftrek wordt daarom geüniformeerd op één vast bedrag van € 7280 en zal niet langer aflopen bij oplopende winst. Het uniforme bedrag zal niet worden geïndexeerd.
Er zijn veel ondernemers in Nederland, maar het aandeel (snel)groeiende bedrijven in Nederland is nog relatief laag, zo stelt het kabinet vast. Doorgroei moet dus worden gestimuleerd. Daarom is in het Regeerakkoord opgenomen dat de belemmerende marginale druk (de "straf” op groei) uit de zelfstandigenaftrek wordt weggenomen. Dit wordt bereikt door de zelfstandigenaftrek vorm te geven als één vast bedrag.
Daarnaast heeft het kabinet nog een andere reden om de zelfstandigenaftrek af te vlakken. Er is namelijk vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt een grote fiscale stimulans ontstaan om arbeidsinkomen te realiseren als zelfstandige in plaats van als werknemer. Dit ziet het kabinet als een onwenselijke ontwikkeling. Bij de lagere inkomens is immers in de loop der jaren een aanzienlijk verschil in belastingheffing ten opzichte van het inkomen van werknemers ontstaan. De eerste hoge schijf van de zelfstandigenaftrek bedraagt op dit moment bijna € 9500.
Daarnaast geldt een MKB-winstvrijstelling van 12%. Door de werking van de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling betaalt een IB-ondernemer die aan het urencriterium voldoet pas belasting vanaf een inkomen van circa € 18.500. Een werknemer betaalt belasting vanaf een inkomen van circa € 6250.
Gevolgen voor zelfstandige ondernemers Een groot aantal ondernemers valt op dit moment in de tweede lange schijf voor winsten tussen de € 18.885 en € 53.975. De aftrek in deze schijf bedraagt bij ongewijzigd beleid € 7390. De vaste zelfstandigenaftrek van € 7280 ligt dicht bij dit laatste bedrag. De gevolgen per winstcategorie zijn: • bij een winst van minder dan € 7280 blijft de belastbare winst gelijk aan nul; • bij een winst tussen € 7280 en € 9645 was de belastbare winst gelijk aan nul maar verandert deze door de uniformering: er moet meer IAB/ZVW worden betaald; • bij een winst tussen € 9645 en € 18.855 daalt de zelfstandigenaftrek; • bij een winst tussen € 18.855 en € 53.975 daalt de zelfstandigenaftrek met € 110; • bij een winst boven de € 53.975 gaat de zelfstandigenaftrek omhoog; • bij een winst boven ca. € 64.000 blijft het absolute voordeel gelijk, maar daalt het voordeel als percentage van het inkomen bij stijgende winst.
U moet bijna altijd BTW-forfait toepassen
Met de invoering van het forfait van 2,7% zijn ondernemers die de auto van de zaak wel gebruiken voor woon-werkverkeer, maar niet voor privédoeleinden nu bijna altijd verplicht om een BTW-correctie toe te passen. Tot 1 juli 2011 hoefde ze dit niet te doen.
Als ondernemer paste u een BTW-forfait van 12% van de onttrekking voor de inkomstenbelasting voor het privégebruik van de auto van de zaak. Maar reed u alleen kilometers voor het werk en van huis naar het werk dan hoefde u geen correctie toe te passen. Met de invoering van het forfait van 2,7% zijn nu echter ondernemers die de auto van de zaak wel gebruiken voor woon-werkverkeer, maar niet voor privédoeleinden (en dus meestal geen bijtelling privégebruik toepassen) verplicht om een BTW-correctie toe te passen.
Nieuwe regeling laat rente fiscus naar 4% stijgen
De berekening van rente door de Belastingdienst gaat per 2012 helemaal op de schop. Het kabinet vervangt de huidige regeling van heffings- en invorderingsrente door een nieuwe renteregeling.
De hoogte sluit aan bij het percentage van de wettelijke rente voor consumenten. Dat bedraagt per 1 juli 2011 4%. Dat is dus hoger dan wat de Belastingdienst per 1 oktober 2011 in rekening brengt (3%). Daarnaast verandert de manier waarop de fiscus de rente berekent aanzienlijk.
Vanaf 2012 brengt de belastinginspecteur rente in rekening over de periode vanaf 1 juli na afloop van het belastingjaar tot en met de betalingstermijn van de belastingaanslag. Na het indienen van een aangifte is de Belastingdienst verplicht binnen 13 weken een aanslag op te leggen. Overschrijdt de fiscus die termijn, dan volgt rentevergoeding.
Alleen als in het eerste halfjaar na het belastingjaar de aangifte is ingediend en door de Belastingdienst daarop een belastingaanslag is opgelegd, is er van rentevergoeding geen sprake. Evenmin als de belastingaanslag na bezwaar of een gerechtelijke procedure wordt verminderd of vernietigd.
Ontvanger en nieuwe renteregeling In de berekening van rente door de ontvanger verandert door de nieuwe renteregeling niets: rente blijft verschuldigd vanaf de vervaldag van de aanslag. Wat vanaf 2012 wel verandert, is dat de ontvanger geen rente meer vergoedt over een terugbetaling als gevolg van een herziening of vermindering van een al betaalde belastingaanslag. Daarmee groeit het belang om bij een verzoek tot herziening of vermindering gelijk ook om uitstel van betaling te vragen.
Overdrachtsbelasting is tijdelijk 2%
Het kabinet verlaagt het tarief voor de overdrachtsbelasting van 6% naar 2%. Dit geldt voor de periode van 15 juni 2011 tot 1 juli 2012. Deze wijziging is reeds aangegeven in een besluit en is nu vastgelegd in de wet. Met deze maatregel wil het kabinet de huizenmarkt stimuleren. Het tarief van de overdrachtsbelasting zal 2% bedragen bij een juridische overdracht van uw huis binnen de periode van 15 juni 2011 tot en met 1 juli 2012. Van een juridische overdracht is sprake als u het huis op uw naam laat zetten bij de notaris.
Deze maatregel is gunstig voor starters, omdat het goedkoper is om een woning te kopen. Ook voor doorstromers heeft deze regeling voordelen, omdat ze waarschijnlijk makkelijker hun oude woning kwijtraken. De maatregel zal dus vervallen per 1 juli 2012, zodat u na die datum bij de aankoop van het huis weer het oude tarief van 6% aan overdrachtsbelasting zal moeten betalen.
Kamer van Koophandel
De heffing die ondernemers jaarlijks aan de Kamers van Koophandel betalen zal in 2012 tien procent lager worden en vanaf 2013 helemaal verdwijnen. Nu betalen ondernemers gezamenlijk nog 160 miljoen euro per jaar aan heffingen aan de KvK's.
Hogere zorgpremie en eigen risico
De zorgpremie stijgt volgend jaar gemiddeld met 11 euro naar 1222 euro per jaar. Bovendien nemen de eigen betalingen van mensen door een hoger eigen risico in de zorgverzekering gemiddeld toe van 107 naar 133 euro. Ook stijgen de kosten met 33 euro door pakketwijzigingen en eigen bijdragen voor geestelijke gezondheidszorg.
Niet meer sparen in de levensloopregeling
Per 2012 komt de levensloopregeling te vervallen. Werknemers gebruiken deze regeling vooral om eerder met pensioen te gaan. Door de toenemende vergrijzing moeten werknemers echter langer blijven werken. De levensloopregeling wordt daarom vervangen door de vitaliteitsregeling. Er komt een overgangsregeling om de opgebouwde rechten in de levensloopregeling te respecteren. Vanaf 2012 wordt de levensloopregeling nog opengehouden voor werknemers die eind 2011 een positief saldo op hun levenslooprekening hebben. Vanaf 1 januari 2013 kunnen alleen deelnemers die vóór deze datum 58 jaar zijn geworden, nog geld inleggen en opnemen in de levensloopregeling. Als deze groep in 2019 de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, wordt de regeling ook voor hen gesloten. Overigens kunnen deze deelnemers er in 2013 ook voor kiezen om hun levenslooptegoed om te zetten in vitaliteitssparen. Het is echter niet mogelijk om in beide regelingen te sparen.
Tegoed uitbetalen of omzetten Werknemers die op 1 januari 2013 nog geen 58 jaar zijn, krijgen bij de invoering van de vitaliteitsregeling hun levenslooptegoed – na inhouding van belasting – in één keer uitbetaald. Hierbij worden ook de opgebouwde rechten op de levensloopverlofkorting verrekend. Daarnaast kunnen werknemers besluiten om het tegoed op een fiscaal vriendelijke manier om te zetten in vitaliteitssparen. Het maximale bedrag van € 20.000 dat werknemers mogen sparen in de vitaliteitsregeling, geldt dan niet. Voor een nieuwe inleg in de vitaliteitsregeling gelden wel de wettelijke grenzen voor de opbouw van spaartegoed.
Wijzigingen wet personenvennootschappen gaat niet door
Het wetsvoorstel personenvennootschappen is definitief van tafel. Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie ziet geen verdere voordelen in deze nieuwe wet en daarnaast blijkt er weinig steun te zijn vanuit te praktijk. De procedure voor het intrekken van dit wetsvoorstel zal de minister dan ook in gang zetten. Het kenmerk van een personenvennootschap is dat het gaat om een samenwerking tussen twee of meerdere personen.
In Nederland kennen we op dit moment drie soorten personenvennootschappen: de maatschap, de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap. Deze samenwerkingsverbanden beschikken anders dan bij een besloten vennootschap niet over rechtspersoonlijkheid.
Het doel van de nieuwe wetgeving was om de nieuwe personenvennootschappen flexibeler, helderder en praktischer te maken. Het zou bijvoorbeeld eenvoudiger moeten worden om als vennoot uit het samenwerkingsverband te stappen of als nieuwe vennoot juist toe te treden. De praktijk zat hier blijkbaar toch niet op te wachten, dus heeft de minister besloten om deze Wet personenvennootschappen in te trekken.
|